woensdag 14 mei 2008

Het Noordeiland

De Foo Fighters kwamen naar Auckland. Liesbeth had Dave Grohl wel eens graag van dichtbij gezien en dus besloten we maar naar dat optreden te gaan en ook enkele dagen op het Noordeiland door te brengen. Vrijdag 3 mei stappen we dus in een vliegtuig, dat ons een dik uur later veilig aan de grond brengt in Auckland. Daar huren we een auto en rijden vervolgens naar Rotorua.






Om 't allemaal een beetje te situeren.







Over deze reis valt niet veel te vertellen, behalve dat we een interessant fenomeen hebben ontdekt: koffiekoek-achtige dingen, waar een soort van paars/roze subtantie op is gestrooid, hebben blijkbaar iets met Belgiƫ te maken. Wat?, dat is ons een raadsel, maar een diepgaand onderzoek is aan de gang!










In Rotorua aangekomen hebben we niet veel meer gedaan dan ons ingechecked in het hotel en vervolgens hebben we hetzelfde gedaan met de bar van het hotel.

Dag 2 op het Noordeiland:
We zijn het "Waiotapu Thermal Reserve" gaan bezoeken. De streek rond Rotorua staat bekend om zijn geothermische activiteit. In gewoon Nederlands: er zijn daar veel geizers, er zit daar veel sulfur in de grond, alsook een hele hoop mineralen. Dit zorgt ervoor dat er overal een geur van rotte eieren hangt. Maar dat went heel snel. En dat zorgt ook voor een bevreemdend, bijna buitenaards landschap.










Echt wel de moeite om eens te zien.


Er stijgt overal stoom uit de grond en er borrelt vanalles.

























Sulfur zorgt voor deze gele kleur.




Oyster pool.


















The Champagne Pool: op dit bord staat de uitleg en de pool zelf staat op de volgende foto's. Doordat het vrij koud was, was er zeer veel stoom, waardoor van de champagne pool enkel de rand te zien was.
















De Champagne pool ziet er bij beter weer dus ongeveer zo uit.








Drinkbaar water?









Meer over het Noordeiland in een volgende blogentry.

Rugby spelen is afzien, rugby kijken ook

Vrijdag 2 mei 2008. Twee "Belgskes" gaan voor het eerst in hun leven eens naar een echte rugbywedstrijd kijken. In een echt stadium. We keken er reikhalzend naar uit. En het was plezant. Maar ook afzien. We hebben regen, hagel, vrieskou en een-tot-op-het-bot-verkleumende-wind moeten doorstaan om de wedstrijd te kunnen zien. Maar 't schijnt dat onze voorvaderen de dappersten aller dapperen waren, dus we voelden ons verplicht om door te zetten.
We waren naar The Crusaders vs. The Sharks gaan kijken. Een wedstrijd uit de "Super 14" (dat is een soort champions league van het rugby met clubs uit Australiƫ, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika). De Crusaders is de club uit Christchurch zelf. En het stadium ligt op 5 minuten rijden van onze woonst hier. Zo'n beetje de helft van de All Blacks spelen bij de Crusaders, waaronder ook Richie McCaw, de kapitein van de All Blacks. En onder aanvoering van deze blok beton, die hier in Nieuw-Zeeland een soort van halfgod is, staan de Crusaders stevig aan de leiding in de Super 14.



Richie McCaw in Crusaders outfit (Richie is diegene met de bal)





Maar laten we maar bij het begin beginnen. En dat was een vettige hap voor de wedstrijd. In de Burger King werd al vlug duidelijk dat we niet de enige mensen waren die naar de wedstrijd zouden gaan:










Mensen in de rij bij de Burger King in de rood-zwarte outfit van de Crusaders.


Vervolgens zijn we naar het stadium getrokken, onderweg zo veel mogelijk hagel ontwijkend. Voor de wedstrijd doen enkele "Kruisvaarders" te paard twee rondjes rond het veld, om het publiek op te zwepen, waarna ze terug hun kasteel binnenrijden:




Tja, het team heet dan ook the Crusaders.




De spelers stormen door een erehaag van vrouwelijk schoon, het veld op:










Enkele foto's van de actie op het veld vanop onze zitplaatsen:



















Wij waren nog groentjes, maar de meeste andere toeschouwers wisten al dat het verschrikkelijk koud kan zijn in dat stadium en kwamen dan ook met extra materiaal naar de wedstrijd. We hebben mensen met dekens, plastiek, handschoenen, oorverwarmers enz. gezien.
Dus enkele foto's om aan te geven hoe koud en nat het wel was:










Twee verkleumde belgen en de verkleumde rij voor ons.

maandag 21 april 2008

Southland

Het eerste semester is halfweg en dat betekent: vakantie. Het betekent ook dat het weer tijd is voor de jaarlijkse Lincoln University Southland tour, een week boerderij-hopping in het meest zuidelijke deel van Nieuw-Zeeland. Southland is naast de overbekende (toch in Nieuw-Zeeland) oesters uit Bluff, en de world's fastest Indian (Invercargill), vooral befaamd voor zijn barre weersomstandigheden. Een gewaarschuwde man / vrouw trekt hier dan ook goed voorbereid naar toe. Rubberen laarzen zijn een must, en 'in het milieu' is het een ongeschreven wet dat elke zichzelf respecterende boer een paar Redbands in de kast, euh schuur, heeft staan. En na een zaterdagse rit naar de plaatselijke Aveve, wij nu dus ook.















Even de rest van de protagonisten aan u voorstellen: de laatstejaars BComAg en BAgSci van Lincoln, de Nieuw-Zeelandse boerenkotters dus. Stuk voor stuk stoere boerenknullen en -meiden, recht van de ouderlijke boerderij geplukt. In totaal gaat het over zo'n 90 studenten maar dat is nogal onoverzichtelijk dus werden twee groepen gevormd die de tour in tegenovergestelde richting afwerkten. De bedrijven die we bezochten hadden een oppervlakte die schommelde tussen de 300 en de 3000 ha. Daar wandel je op een halve dag al niet meer door dus werden we met zijn allen op een aanhangwagen aan de tractor gehangen, of in Jeeps rondgereden.











En dan krijg je vooral veel schapen te zien (al gaat dat misschien niet heel lang meer het geval zijn want overal worden de schapen tegenwoordig voor melkkoeien ingewisseld), en groene weiden, en mooie vergezichten. Maar waar is al die regen en sneeuw waar ze ons voor gewaarschuwd hadden? Mijn botten voelen zich ondergewaardeerd.



















vrijdag 21 maart 2008

De boerenbuiten

Het merendeel van onze tijd brengen we door in grote steden (Wuhan: 8 miljoen inwoners; Shanghai: 23 miljoen inwoners) maar een enkele keer was er ook plaats in het programma voor een uitstap naar het platteland. Nu is het verkeer in de steden hier al geen lachertje maar een keer de stadswallen voorbij, wordt het pas echt een uitdaging. Geen gebrek aan brede autostrades (vier baansvakken in beide richtingen) maar door de barsten en putten in het wegdek, moet er continu in zigzag gereden worden. Je leert het ook snel af om vooraan in de bus te gaan zitten - kwestie van je ogen open te kunnen houden en je hart geen drie keer per minuut te laten stilstaan. Allemaal meegemaakt: kleine vrachtwagen die opeens rechtsomkeer maakt (en dus al spookrijdend op zijn stappen terugkeert); chauffeur die dwars over het linkerrijvak staat om via een gat in de middenberm naar de andere kant van de autostrade over te steken; chauffeur die gewoon stopt en zich even parkeert in het midden van de weg om te sms'en... Gelukkig ging het er op de boerenbuiten een beetje rustiger aan toe (verlaten straten is iets wat we al lang niet meer gezien hadden).










Wat er nog in het oog springt: afval, overal langs de weg, sommigen lijken zelfs te sparen voor een eigen afvalberg in de achtertuin.










En dan nog een paar impressies: velden, serres, visvijvers, en een dorpje.