zondag 16 november 2008

De fjorden van Milford

Vandaag gaat het van Te Anau naar Milford Sound. Dan heel de weg terug via Te Anau naar Manapouri.












Milford Sound (onderdeel van het Fiordland National Park) is één van de must-do's in Nieuw-Zeeland en we voelen ons dan ook op geen enkel moment eenzaam tijdens de 120 km lange rit.






Eerste stop op de Milford Road: Mirror Lakes, reflecterende waterplassen (zijn ze dat niet allemaal?)





















Een paar plaatjes van onderweg:































Na 100 km moeten we door de Homer tunnel. Eénrichtingsverkeer, dus terwijl we wachten tot het licht op groen springt, worden we bezig gehouden door een paar Kea's die auto's van andere wachtenden molesteren.










Fiordland staat gekend als een van de natste plekken in Nieuw-Zeeland. En voor één keer hadden we misschien wel op regen gehoopt. Bij regen zouden er naar 't schijnt duizenden watervallen neerstorten van de rotsen in de fjorden en rondom de Milford Road. Helaas (onvoorstelbaar dat dit ooit over onze lippen zou komen), heeft het al vier dagen niet meer geregend en moeten we het dus zonder watervallen doen, en blij zijn met de paar striempjes die naar beneden komen gesijpeld.










Milford Sound zelf dan (en de rode sloep waar we hem mee verkend hebben):



































De boot vaart tot aan de Tasman Sea, waar we een speelkameraadje oppikken. Ondanks het dramatische landschap van de fjorden, is de dolfijn die voor ons uitzwemt en -springt uiteindelijk het hoogtepunt van de rit.





't Is toch wel hoog...

Dag 3 van onze vakantie. We reizen van Wanaka naar Queenstown. Hiervoor volgen we de Cardrona Valley Road, die ons enkele mooie kanten van de Crown Range (een bergpas) laat zien. Zoals je kan zien op de foto's, is het schitterend weer. De temperatuur flirt met de dertig graden. Later op de dag gaan we dan van Queenstown naar Te Anau.











De berghellingen van de Crown Range zijn begroeid met kleine struiken die het geheel een buitenaards uiterlijk geven. De volgende foto's zijn genomen tijdens een stop bij één van de vele viewpoints die we langs onze route tegenkwamen.





















En zo gaat de reis verder van het ene prentkaartje naar het andere. Tijdens de reis kunnen we beslissen wat we in Queenstown gaan doen. Queenstown staat bekend als "Adrenaline Central" of ook "Thrillsville". En de meeste toeristen komen naar hier om te genieten van "the big four". Namelijk bungyspringen, jet boating, rafting of flightseeing. Welke van deze activiteiten je ook kiest, ze zullen je een hele hoop duiten kosten, maar ja, we leven maar ene keer en dus...

...de brug










...het uitzicht vanop de brug










Even wat geschiedenis: De eerste bungysprong ter wereld is van deze brug genomen, de Kawarau Bridge, in het gezegende jaar 1988. Enkele dagen voordat wij bij deze brug aankwamen hadden ze gevierd dat er al twintig jaar van deze brug wordt gesprongen. Het leek me dus een geschikte plaats om zelf eens een bungysprong te proberen.


....Op voorhand kijk je eerst naar andere mensen die de sprong maken en je denkt: Och dat valt allemaal wel mee. Zo hoog is dat niet, 43m. Wat kan er me gebeuren?
Vervolgens wordt er een handdoekje rond je onderbenen gewikkeld. Dan wordt die handdoek vastgesnoerd met een elastiek. En dan huppel je met je samengebonden voeten naar een klein platform. En terwijl je daar staat, met je tenen al over de rand, valt al dat gerationaliseer weg en denk je nog maar één ding: "Fucking hell, dit is geschift, ik ga er zo hard aan."





Vervolgens wijzen ze aan waar de camera staat. Dus even zwaaien.








De man van de organisatie telt af ...3 ...2 ...1






































En voordat je het goed en wel beseft, sta je terug met beide voeten op de grond, helemaal hyper van de adrenaline en met een hart dat uit je borst lijkt te springen. Kortom, 't was plezant.











(Nu moet je niet denken dat Liesbeth te chicken was om ook de sprong te wagen. Zij is al eens in NZ geweest en heeft toen al van deze brug gesprongen.)
Vervolgens zijn we de emotie en een overheerlijke maaltijd gaan doorspoelen in een nabijgelegen Winery. De rest van de dag hebben we dan gebruikt om verder te reizen naar Te Anau en om ons te vervolmaken in de edele kunst van het strandliggen:




Een gigantisch meer, met krisalhelder ijskoud water uit de bergen en niemand anders om het mee te moeten delen. Zalig.

donderdag 13 november 2008

Water en ijs.

Onze eerste echte vakantiedag brengt ons van Franz Josef naar Wanaka via een aantal klassiekers op het Nieuw-Zeelandse toeristenpad. Eerste tip voor de toerist in spe: laat de glow worm cottages links liggen als je op zoek gaat naar een slaapplaats. De eigenaars hebben het cunning plan opgevat om hun gasten in een roes te brengen met iets wat verdacht veel op WC-verfrisser lijkt, om zo de kleine gebreken van de accommodatie te verdoezelen. Die 'kleine' gebreken zijn onder andere een badkamer die duidelijk voor lilliputters ontworpen werd.











Franz Josef is gekend voor zijn gletsjer (die dezelfde naam draagt). De Franz Josef van vandaag is een stuk korter (3 km om precies te zijn) dan de gletsjer die in 1865 voor het eerst in kaart werd gebracht. Dus moesten wij een heel eind verder wandelen dan die vroege avonturiers.


Niet bang van de inspanning, en het gevaar diep in de ogen kijkend, gingen we op zoek naar de resterende ijsmassa.







Watervallen op weg naar de gletsjer:

























De gletsjer zelf. Indrukwekkend.




































Enkele kilometers verder op de Westkust komen we bij Munroe Beach, een klassiek westkust-strand. Dat wil zeggen: ruwe zee (geen plek waar je een frisse duik in zee wil wagen), regenwoud op de achtergrond, en verlaten. Hoewel dit strand niet echt verlaten is want deze plek staat ook bekend als broedplaats voor de zeldzame Fiordland Crested Penguin. Van juli tot december (het paarseizoen) maak je dus kans om hier een pinguïn tegen het lijf te lopen. En we hadden geluk, na een kwartiertje werd ons geduld beloond en zagen we een pinguïn tegen de golven worstelen, vervolgens het strand op waggelen om tenslotte in het struikgewas te verdwijnen.

Wiebelende hangbrug op weg naar het strand.













Het strand.


















Pinguïn in de verte (het zijn schuwe beestjes dus als je geen redelijke afstand houdt, krijg je ze niet te zien. En als je wel een redelijke afstand houdt, krijg je ze dan weer niet op foto vastgelegd. Het moeilijke leven van een toerist).










Volgende halte: Ship Creek. Weer zo'n strand. Genoemd naar een schip dat voor de Australische kust vergaan is maar waarvan wrakstukken 1500 km verder (op dit strand dus) zijn aangespoeld. Het hout dat tegenwoordig overal op het strand verspreid ligt, heeft nog weinig met scheepswrakken te maken.











Laatste stop voor Wanaka: Blue Pool in het Mount Aspiring National Park. Kristalhelder, blauw (I kid you not) water.

Afscheid

Na iets meer dan een jaar zeggen we vaarwel aan ons huis (en huisdieren) in Christchurch. In december staan we terug op Europese bodem. Maar niet vooraleer we nog iets gezien hebben van dit stuk van de wereld.















De auto is ondertussen verkocht dus rijden we de laatste dagen rond met een huurwagen. Geen al te nieuw model, de krassen en blutsen krijgen we d'r gratis bij maar dat is misschien nog zo slecht niet want met de lente is de tijd van de wegenwerken aangebroken waardoor we van de ene zandweg in het andere keienpad terecht komen. Nu moeten we ons tenminste geen zorgen maken dat er nog een krasje bij wordt gemaakt.


Wegenwerken worden hier trouwens niet aangekondigd met verplaatsbare rode lichten maar door twee signaaldragers die de bordjes 'STOP' en 'GO' vasthouden. Voor ieders gemak laten ze mekaar dan met behulp van een walkie-talkie weten welk bordje ze het verkeer aan hun kant voorhouden.





Nadeel van onze auto is dat er enkel een cassettespeler insteekt (en een radio maar daar ben je in Nieuw-Zeeland weinig mee. Niet alleen staat radio hier synoniem voor het afwisselen van reclameboodschappen met Nickelback, maar buiten de stad - en dan spreken we 95% van de oppervlakte van dit land - is er sowieso geen ontvangst). Dus zijn we op onze eigen stem en inspiratie aangewezen. Gelukkig is karaoke een van onze fortés.











12 November 2008: we zijn vertrokken. Onze eerste dag leidt ons opnieuw over Arthur's Pass (die we ook vorig jaar december al overgestoken zijn) naar de Westkust. Van daar gaat het zuidwaarts naar Franz Josef.

Eerste vakantiekiekje: Lake Gunn, Westkust