donderdag 13 november 2008

Water en ijs.

Onze eerste echte vakantiedag brengt ons van Franz Josef naar Wanaka via een aantal klassiekers op het Nieuw-Zeelandse toeristenpad. Eerste tip voor de toerist in spe: laat de glow worm cottages links liggen als je op zoek gaat naar een slaapplaats. De eigenaars hebben het cunning plan opgevat om hun gasten in een roes te brengen met iets wat verdacht veel op WC-verfrisser lijkt, om zo de kleine gebreken van de accommodatie te verdoezelen. Die 'kleine' gebreken zijn onder andere een badkamer die duidelijk voor lilliputters ontworpen werd.











Franz Josef is gekend voor zijn gletsjer (die dezelfde naam draagt). De Franz Josef van vandaag is een stuk korter (3 km om precies te zijn) dan de gletsjer die in 1865 voor het eerst in kaart werd gebracht. Dus moesten wij een heel eind verder wandelen dan die vroege avonturiers.


Niet bang van de inspanning, en het gevaar diep in de ogen kijkend, gingen we op zoek naar de resterende ijsmassa.







Watervallen op weg naar de gletsjer:

























De gletsjer zelf. Indrukwekkend.




































Enkele kilometers verder op de Westkust komen we bij Munroe Beach, een klassiek westkust-strand. Dat wil zeggen: ruwe zee (geen plek waar je een frisse duik in zee wil wagen), regenwoud op de achtergrond, en verlaten. Hoewel dit strand niet echt verlaten is want deze plek staat ook bekend als broedplaats voor de zeldzame Fiordland Crested Penguin. Van juli tot december (het paarseizoen) maak je dus kans om hier een pinguïn tegen het lijf te lopen. En we hadden geluk, na een kwartiertje werd ons geduld beloond en zagen we een pinguïn tegen de golven worstelen, vervolgens het strand op waggelen om tenslotte in het struikgewas te verdwijnen.

Wiebelende hangbrug op weg naar het strand.













Het strand.


















Pinguïn in de verte (het zijn schuwe beestjes dus als je geen redelijke afstand houdt, krijg je ze niet te zien. En als je wel een redelijke afstand houdt, krijg je ze dan weer niet op foto vastgelegd. Het moeilijke leven van een toerist).










Volgende halte: Ship Creek. Weer zo'n strand. Genoemd naar een schip dat voor de Australische kust vergaan is maar waarvan wrakstukken 1500 km verder (op dit strand dus) zijn aangespoeld. Het hout dat tegenwoordig overal op het strand verspreid ligt, heeft nog weinig met scheepswrakken te maken.











Laatste stop voor Wanaka: Blue Pool in het Mount Aspiring National Park. Kristalhelder, blauw (I kid you not) water.

Afscheid

Na iets meer dan een jaar zeggen we vaarwel aan ons huis (en huisdieren) in Christchurch. In december staan we terug op Europese bodem. Maar niet vooraleer we nog iets gezien hebben van dit stuk van de wereld.















De auto is ondertussen verkocht dus rijden we de laatste dagen rond met een huurwagen. Geen al te nieuw model, de krassen en blutsen krijgen we d'r gratis bij maar dat is misschien nog zo slecht niet want met de lente is de tijd van de wegenwerken aangebroken waardoor we van de ene zandweg in het andere keienpad terecht komen. Nu moeten we ons tenminste geen zorgen maken dat er nog een krasje bij wordt gemaakt.


Wegenwerken worden hier trouwens niet aangekondigd met verplaatsbare rode lichten maar door twee signaaldragers die de bordjes 'STOP' en 'GO' vasthouden. Voor ieders gemak laten ze mekaar dan met behulp van een walkie-talkie weten welk bordje ze het verkeer aan hun kant voorhouden.





Nadeel van onze auto is dat er enkel een cassettespeler insteekt (en een radio maar daar ben je in Nieuw-Zeeland weinig mee. Niet alleen staat radio hier synoniem voor het afwisselen van reclameboodschappen met Nickelback, maar buiten de stad - en dan spreken we 95% van de oppervlakte van dit land - is er sowieso geen ontvangst). Dus zijn we op onze eigen stem en inspiratie aangewezen. Gelukkig is karaoke een van onze fortés.











12 November 2008: we zijn vertrokken. Onze eerste dag leidt ons opnieuw over Arthur's Pass (die we ook vorig jaar december al overgestoken zijn) naar de Westkust. Van daar gaat het zuidwaarts naar Franz Josef.

Eerste vakantiekiekje: Lake Gunn, Westkust



woensdag 15 oktober 2008

Bootje varen

Vorig weekend, een van de eerste echt warme dagen. Mark, een van mijn teamgenoten in ons squashteam, nodigde Liesbeth & mij uit om een beetje te gaan varen in Lyttleton. Wij reden dus achter Mark, Karen en Harrison (zijn vrouw en kind) naar de krater van Lyttleton.



Mark is eigenlijk een Pool, maar woont al 25 jaar in NZ. Zoals veel kiwi's rijdt hij met een 4WD rond. Hoe kunt ge anders uwe boot tot bij het water krijgen?
















Het lossen van de boot.







Mark, Karen & Harrison.











Volle gaas.











Geen idee.








Foto van de wandeling rond de krater.








Mark aan het waterskieën. De volgende keer gaan we dat ook eens proberen, Mark had nu enkel een monoski bij en dat is naar 't schijnt nogal moeilijk in begin.



Er waren nog wel meer mensen die van de eerste zon en hun boot wilden genieten.













Na het varen hebben we de dag afgesloten, met een wijntje en wat eten bij Mark & Karen thuis. Tja, 't kan niet altijd op de lappen gaan in Leuven zijn :-)

zaterdag 6 september 2008

Die schone sport

Met de Olympische Spelen nog vers in het geheugen, is het hoog tijd voor eens een sportief verslag. En welke edele sport kan dan beter in de verf gezet worden dan squash, dat volledig onbegrijpelijk keer op keer op een 'njet' stuit in het Olympisch Comité. Sinds we hier op dit eiland verblijven, heeft Lars de squashmicrobe serieus te pakken (iets in de lucht ?, of is het gewoon de verveling die een slachtoffer tot wanhopige daden drijft?) Wat ook de reden, al dat opgesloten zitten in een klein hok begint zo wel zijn vruchten af te werpen (en dan heb ik het uiteraard niet alleen over die indrukwekkende torso) , want bloed, zweet, en vier raketten later stonden Lars en zijn ploegmakkers in de finale van de play offs.

De wapens die niet opgewassen waren tegen zoveel geweld:






































De ploegmakkers:

Ben: in het rood. Moest het opnemen tegen het 12-jarige talent Jackson. De Cashmere ploegstrategie ('tegen die kleine kan toch niemand iets beginnen dus laten we onze spelersvolgorde omdraaien zodat een minder sterke speler wordt opgeofferd en de anderen meer kans hebben om hun wedstrijd te winnen') viel meteen bij de eerste wedstrijd al in duigen omdat twee van de vier ploegmaats te laat toekwamen. In hun voordeel kan ik wel zeggen dat die play offs hier om 9u 's morgens gespeeld worden - in het weekend!


John: op de voorgrond. John is de kapitein van de ploeg. Dat wil zeggen dat het John was die de avond van een wedstrijd begint rond te bellen om te zien wie er kan spelen en wie niet. Met andere woorden, het organisatorisch talent en de mentale kracht achter het team. Uhum.






Mark: Steun zoekend op zijn raket vooraan in de baan. Mark is 56 maar dat zou je hem niet aangeven als er bewegende beelden zouden zijn van deze wedstrijd (maar op zo'n goddeloos uur was ik al lang blij dat ik de camera in de juiste richting hield, laat staan op het juiste knopje drukte)




En dan Lars, die verdient een paar shots extra:
































Tussendoor werd er natuurlijk met man en macht gecoacht.











Maar helaas, het heeft niet mogen baten. Met 4-0 zijn ze die dag de boot in gegaan. Toch een verdienstelijke 'je-wint-geen-zilver-je-verliest-goud' tweede plaats. Het verdriet werd eerst weggespoeld met koffie maar al gauw werden rijkere bronnen aangeboord en kwam de Steinlager Pure (de crème van het Nieuw-Zeelands bier, waarschijnlijk ne Maes bij ons) op tafel. We spreken nu, zaterdagmorgen, 11u30.